Instructierisico
Instructeur aansprakelijk gesteld voor schade tijdens rijles

De grote onbekende: het instructierisico
Onderscheid tussen les clausule en instructierisico!
Een instructeur die in een lesauto stapt, weet dat hij of zij vroeg of laat betrokken raakt bij een verkeersongeval. Kenmerkend voor de rijschoolbranche is de hoge schadefrequentie.
De vraag is dan of je goed verzekerd bent. En dat is niet altijd zo. In de praktijk heeft iedereen een lesclausule waarbij het instructierisico over het hoofd wordt gezien. Dat risico steekt steeds vaker de kop op, de moeite waard om eens goed onder de loep de te nemen.
Verzekeren doe je om de financiële risico’s die je zelf niet kunt dragen af te dekken. Als rijschool sluit je een aansprakelijkheidsverzekering voor je bedrijf en is het lesvoertuig verzekerd in het kader van de Wet Aansprakelijkheid Motorvoertuigen, mét een lesclausule, zodat eventuele schade tijdens de rijles is gedekt. En dan ga je rij onderricht geven. Maar daarmee ben je er nog niet helemaal, want er is nog zoiets als het instructierisico. ‘Dat komt bovendrijven in situaties waarbij de leerling tijdens de rijles een ongeval veroorzaakt, terwijl hij of zij de juridisch bestuurder is en daarbij zelf letsel oploopt.’ Dit risico geldt voor alle categorieën.
 
Wegenverkeerswet
‘Bij een autorijles is de instructeur in principe altijd de juridisch bestuurder, omdat er sprake is van rijden onder toezicht. Maar in de Wegenverkeerswet staat ook dat deze vlieger niet opgaat voor de categorie A. Bij de motorrijles wordt de leerling die alleen op de motor rijdt aangemerkt als de juridisch bestuurder.’‘Wanneer de instructeur tegen de voor hem rijdende motorleerling botst, is er geen probleem. Dan is de schade gedekt op de WAM-polis van de motor instructeur. Maar wat te doen als de schade ontstaat door een foutieve aanwijzing van de instructeur. In dat geval biedt de WAM-polis geen dekking, omdat de schade niet is veroorzaakt door of met het motorrijtuig van de instructeur. Of de AVB-verzekering de schade dekt, is maar zeer de vraag, want hoewel je dat bij een fout van de instructeur wél zou mogen verwachten, biedt de AVB-polis in dit soort situaties standaard geen uitweg.
De AVB vergoedt in principe geen schade die is veroorzaakt door of met een motorvoertuig (probleem1). De wetgever verplicht iedereen om zijn of haar auto te verzekeren met een WAM-polis voor schade die je als verzekerde toebrengt aan derden en dus niet aan jezelf als bestuurder (probleem 2).
 
Letsel
‘De leerling is van mening, dat er iemand voor de letselschade moet opdraaien. De in en opzittende verzekering dekt dat risico onvoldoende af. Hierbij is de vraag relevant wie de juridisch bestuurder is. In principe is de zelfstandig rijdende motorleerling de juridisch bestuurder en dus aansprakelijk voor de schade. De advocaat van de leerling zal in de meeste gevallen proberen de schade te verhalen op een ander. In dit geval op de motorinstructeur. Daarbij is het van belang of de instructeur aan zijn zorgplicht heeft voldaan, ofwel of hem iets te verwijten valt. Reed de leerling op een lesmotor met gladde banden, of heeft de instructeur een verkeerde aanwijzing gegeven, of was hij aan het telefoneren waardoor de leerling bij een ongeval betrokken raakt en letsel oploopt, dan kan de instructeur aansprakelijk worden gesteld.’ ‘Daarbij is eventuele schade veroorzaakt door de leerling gedekt door de W.A.M. –verzekering dmv de lesclausule. Maar het letsel dat de leerling oploopt als juridisch bestuurder is niet gedekt (immers je kunt jezelf niet aansprakelijk stellen). Ook op de AVB is dit risico niet standaard gedekt. Als een leerling je voor dergelijke schade aansprakelijk stelt, is er sprake van het instructierisico.’
 
Nabestaanden
‘Dit is geen academische discussie. Elk jaar zijn uit de rijschoolwereld schrijnende verhalen op te tekenen van situaties waarin een gewonde leerling de schade wil verhalen op zijn instructeur. Bekend is het voorbeeld van de motorinstructeur die enkele jaren geleden overleed tijdens een lesongeval waarna de gewonde leerling de schade wilde verhalen op de nabestaanden van de instructeur.’
‘Een meer recent voorbeeld is dat van de motorinstructeur die zijn leerling meeneemt naar een parkeerterrein, waar ook andere instructeurs de bijzondere verrichtingen oefenen met hun leerlingen. De instructeur geeft de leerling de opdracht een rondje te rijden over het terrein. Alleen staat er op dat terrein een trekker met oplegger geparkeerd. De leerling rijdt vervolgens langs de oplegger. Plots komt daar een auto achter vandaan die tegen de motorrijder botst. De motorrijder komt ten val en heeft letsel aan zijn arm.’
‘Het gaat hierbij om een arts en er is sprake van zware inkomstenderving voor de duur dat de arts die arm niet kan gebruiken. De advocaat van de arts stelt vervolgens de instructeur aansprakelijk, omdat het ongeluk voorkomen had kunnen worden als de instructeur zich op een ander punt had opgesteld, van waaruit hij wél het complete overzicht had gehad. De uitkomst van deze discussie zal afhangen van het antwoord op de vraag of de instructeur voldaan heeft aan zijn zorgplicht. Is dat niet het geval, dan kan de rijschoolhouder met een behoorlijke schadevergoeding worden geconfronteerd.’
 
Rijbewijsbezitters
‘Deze situatie kan ook voorkomen bij de B-rijles. Zolang de leerling niet de status van juridisch bestuurder heeft, is alle schade gedekt door de combinatie van AVB, WAM, en lesclausule. Maar er zijn ook situaties te bedenken waarin de B-leerling als juridisch bestuurder kan worden aangemerkt. Er zijn bijvoorbeeld rijscholen die lesgeven aan rijbewijsbezitters die na een ongeval weer de weg op willen, maar dit niet zonder begeleiding durven. Een andere categorie zijn de leerlingen die nog geen rijbewijs hebben, maar wel een tussentijdse toets hebben afgelegd met goed gevolg. Als ze daarbij ook nog eens lessen bij een rijschool met een behoorlijk slagingspercentage, kunnen deze leerlingen door de rechter worden aangemerkt als juridisch bestuurder. Dan kan het voorkomen dat de leerling de aansprakelijkheid probeert door te schuiven naar de instructeur. En zo zijn er nog meer situaties te bedenken waarin het instructierisico komt bovendrijven. Het lastige is om daarbij de grenzen aan te geven.’
 
Clausule
‘Met het oog hierop is het verstandig de risico´s zoveel mogelijk te beperken. Dat kan het makkelijkst door het instructierisico af te dichten met een clausule op de AVB-polis; een secundaire dekking. Sommige verzekeringspolissen lijken het instructierisico af te dekken, maar bij nauwkeurige bestudering van de voorwaarden blijkt dit niet altijd het geval te zijn. Verder is het verstandig om de WAM- en AVB-polis af te luiten bij dezelfde verzekeraar om te voorkomen dat er juridisch getouwtrek kan ontstaan. En tot slot is het mogelijk lange discussies te voorkomen door altijd verantwoord rijles te geven. Wees alert tijdens de rijlessen en let op met telefoneren of roken. Maar ook het lessen op motoren met voldoende profiel op de banden en de keuze voor een overzichtelijk oefenterrein zonder obstakels die het zicht belemmeren, zorgen ervoor, dat de eerste slag al is gewonnen.’
 
De conclusie; het instructierisico is voor de rijschoolbranche een zwaar bedrijfsrisico dat je als rijschoolhouder niet kunt dragen. Verzekeren dus!
Voor meer informatie over een aansprakelijkheidsverzekering voor uw rijschool kunt u contact opnemen met het SRB (Stichting Rijschool Belang), tel: 024-6770699.